Praktijkonderwijs (PrO)
Het praktijkonderwijs is voor leerlingen die (nog) niet in staat zijn het onderwijs te volgen op een school voor vmbo. De meeste jongeren die het praktijkonderwijs hebben afgerond zoeken een baan. Sommigen kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding in het vmbo of het mbo, of een opleiding volgen die een brancheorganisatie aanbiedt.
De tweejarige onderbouw is gericht op de verdere ontwikkeling van de basisvaardigheden zoals rekenen en wiskunde, Nederlands en informatiekunde. De ontwikkeling van die basisvaardigheden staat zoveel mogelijk in dienst van de praktijk van het dagelijks leven van nu en later. Theoretische kennis wordt direct toegepast tijdens de praktijkvakken, eventuele praktijkopleidingen en de stage.
In het tweede jaar gaan de leerlingen al op snuffelstage. Twee periodes zijn de leerlingen dan gedurende één dag per week op stage en tweemaal een hele week.
In de bovenbouw krijgt het praktische deel van de opleiding steeds meer gewicht, onder andere door uitbreiding van de stage. De bovenbouw duurt minimaal twee jaar, maar meestal drie- of soms vier jaar.
Het gehele onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen. We bereiden jongeren voor op het zo zelfstandig mogelijk functioneren als volwassene. Het accent van het onderwijs verschuift dan ook steeds meer naar de praktische vaardigheden. De functies waarvoor de leerlingen worden voorbereid, liggen doorgaans op het niveau onder het assistentenniveau (niveau 1).
Voor leerlingen in de bovenbouw is er de mogelijkheid tot het behalen van een diploma op niveau 1 van het mbo. In het tweede leerjaar (onderbouw) wordt bepaald welke leerlingen daarvoor in aanmerking komen.
Aparte toelatingsprocedureVoor kinderen voor het Praktijkonderwijs geldt een uitgebreide aanmeldingsprocedure. Vraag de directeur van de basisschool van uw kind of klik hier. |