Het vmbo
Het vmbo lijkt één schoolsoort te zijn, maar er zijn vier varianten:
Basisberoepsgerichte leerweg
De basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo is uitstekend geschikt voor kinderen die niet goed kunnen stilzitten en graag met de handen bezig zijn. Deze kinderen leren het best door eerst dingen zelf te doen en daarna pas het boek erbij te halen. In het eerste leerjaar krijgen zij veel doe-vakken zoals: tekenen/hand-vaardigheid, techniek, ICT, verzorging, muziek en lichamelijke opvoeding. In het tweede leerjaar komt Praktische Sectororiëntatie (PSO) erbij. Dan maken ze kennis met de praktijk in de sectoren techniek, zorg & welzijn en economie. Zo nemen ze een kijkje bij een scheepswerf, een bouwbedrijf, in een autobedrijf of een zorginstelling om te ontdekken waar ze misschien later willen werken. In het derde en vierde leerjaar krijgen ze naast de theoretische vakken 12 tot 16 uur praktijk. Met een diploma van de basisberoepsgerichte leerweg leren ze verder in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) op niveau 1 of 2.
Kaderberoepsgerichte leerweg
In het eerste leerjaar krijgen deze leerlingen dezelfde vakken als de leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg, maar wel op een iets ander niveau. In het tweede leerjaar komt Praktische Sectororiëntatie erbij in dezelfde opzet als bij de basisberoepsgerichte leerweg, terwijl techniek en verzorging dan niet meer worden gegeven. In het derde en vierde leerjaar krijgen ze naast de theoretische vakken 12 of 13 uur praktijkvakken. De kaderberoepsgerichte leerweg is uitstekend geschikt voor kinderen die echte ‘doeners’ zijn, maar op een iets ander niveau leren dan bij de basisberoepsgerichte leerweg. Deze kinderen kunnen na het behalen van hun diploma verder leren in het mbo op nivieau 2,3 en 4.
Gemengde leerweg
De gemengde leerweg sluit nauw aan bij de kaderberoepsgerichte leerweg. Leerlingen die vooral ‘leren door doen’ gaan naar de kader-beroepsgerichte leerweg. Leerlingen die liever de boeken wat langer open hebben, gaan naar de gemengde leerweg. Met het vak technologie oriënteren zij zich op de verschillende sectoren. De leerlingen die de gemengde leerweg volgen, worden nog niet meteen opgeleid voor een beroep. Zij gaan door naar het vervolgonderwijs in het mbo op niveau 3 of 4.
Theoretische leerweg
De theoretische leerweg past goed bij de ‘denkertjes’: kinderen waarvoor het havo-niveau nog te hoog gegrepen is als ze naar de brugklas gaan. Met een diploma van de theoretische leerweg kunnen zij doorstromen naar niveau-4 van het mbo of de overstap maken naar leerjaar 4 van de havo.
Leerweg ondersteunend onderwijs (LWOO) in het vmbo
Leerwegondersteuning is bedoeld voor leerlingen die een ortho- pedagogische en orthodidactische benadering nodig hebben om een diploma te kunnen halen binnen één van de vier leerwegen van het vmbo. Lwoo is dus géén aparte leerroute, maar een extra ondersteuning, meestal bij leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg. Een onderzoek moet uitwijzen of een leerling een lwoo-indicatie krijgt. Op de locaties Marnix, Revius en De Swaef kunnen leerlingen met een lwoo-indicatie geplaatst worden.
Schakelklas
Naast plaatsing in een basisklas met lwoo is het ook mogelijk kinderen in een schakelklas te plaatsen. Deze klas is bedoeld voor die leerlingen die op regulier niveau de (meeste) lessen moeten kunnen volgen, maar door leer- en/of leesmoeilijkheden of door concentratie- of gedragsproblemen extra aandacht nodig hebben.
Door een maximale groepsgrootte van negentien leerlingen aan te houden, kunnen we een meer individuele benadering hanteren dan in de reguliere vmbo-klassen. Na een jaar bekijken we of de leerling eraan toe is zijn leerweg te vervolgen in het vmbo. Plaatsing in een schakelklas is mogelijk op de locaties Marnix, Revius en De Swaef.
Aparte toelatingsprocedure
Voor kinderen met een lwoo-indicatie geldt een uitgebreide aanmeldings- procedure. Vraag de directeur van de basisschool van uw kind of klik hier.
|